Bij de aankoop van een woning betaalt u registratierechten (het verkooprecht) bovenop de prijs. Het tarief verschilt sterk per gewest en per situatie. Hier het overzicht voor 2026, met rekenvoorbeelden.
Laatst bijgewerkt: augustus 2026
Koopt u u enige eigen woning in Vlaanderen, dan betaalt u 2% registratierechten (tarief sinds 2025). Voor elke andere aankoop, zoals een tweede verblijf of een investeringspand, geldt het standaardtarief van 12%. Vanaf 1 januari 2026 worden de voorwaarden voor het 2%-tarief strenger: u moet in volle eigendom kopen als natuurlijke persoon, en u er binnen drie jaar inschrijven en er minstens één jaar ononderbroken gedomicilieerd blijven.
Voorbeeld: op een woning van €350.000 betaalt u €7.000 aan 2% (enige woning), tegenover €42.000 aan het tarief van 12%.
Wallonië hervormde het systeem: voor de aankoop van u eigen en enige woning geldt sinds 2025 een tarief van 3% (voorheen 12,5% met een abattement). Het standaardtarief voor andere aankopen blijft 12,5%. U moet u binnen drie jaar in de woning vestigen en mag geen ander woonvastgoed bezitten (of u verbindt u dat binnen drie jaar te verkopen).
Voorbeeld: op een woning van €400.000 betaalt u €12.000 aan 3%.
In Brussel bedraagt het tarief 12,5%, maar voor u enige eigen woning geldt een abattement: de eerste €200.000 van de aankoopprijs is vrijgesteld van registratierechten. Voorwaarde is onder meer dat de woning niet meer dan €600.000 kost, dat u geen ander woonvastgoed bezit, en dat u er binnen drie jaar u hoofdverblijfplaats vestigt.
Voorbeeld: op een woning van €350.000 met abattement betaalt u 12,5% op €150.000, dus €18.750 in plaats van €43.750. Het abattement levert zo een besparing van €25.000 op.
| Gewest | Enige eigen woning | Standaard |
|---|---|---|
| Vlaanderen | 2% | 12% |
| Wallonië | 3% | 12,5% |
| Brussel | 12,5% (− €200k abattement) | 12,5% |
Reken bovenop de registratierechten ook op de notaris- en aktekosten. Bij een nieuwbouw geldt bovendien vaak btw (21%) in plaats van registratierechten op het gebouw.
Bekijk gratis de marktwaarde van een woning met EstateIQ, zodat u weet of de vraagprijs klopt vóór u de registratierechten erbovenop telt.
| Situatie | Vlaanderen | Wallonië | Brussel |
|---|---|---|---|
| Enige eigen woning | 2% | 3% | 12,5% met abattement |
| Tweede verblijf of investering | 12% | 12,5% | 12,5% |
Op een woning van €350.000 als enige eigen woning betaalt u dus €7.000 in Vlaanderen, €10.500 in Wallonië en in Brussel, dankzij het abattement op de eerste schijf, eveneens fors minder dan het volle tarief. Voor een investeringspand loopt het overal richting €42.000 à €43.750.
De registratierechten zijn de grootste maar niet de enige kost bovenop de prijs. Reken ook op het ereloon en de aktekosten van de notaris (enkele duizenden euro's), de kosten voor de hypothecaire akte als u leent, en eventuele dossierkosten van de bank. Het volledige overzicht met rekenvoorbeeld staat in wat kost een huis kopen.
Verkoopt u de woning in Vlaanderen binnen de twee jaar opnieuw, dan kunt u een teruggave van drie vijfden van de betaalde registratierechten vragen. Dat vangt een deel van de kosten op bij een onverwachte doorverkoop, bijvoorbeeld na een verhuis voor het werk.
2% voor de enige eigen woning, 12% voor elke andere aankoop zoals een tweede verblijf of investeringspand. Voor het 2%-tarief moet u als natuurlijke persoon in volle eigendom kopen en er zich binnen drie jaar domiciliëren.
12% in Vlaanderen, 12,5% in Wallonië en Brussel. Op een pand van 300.000 euro is dat 36.000 tot 37.500 euro bovenop de prijs.
Als enige eigen woning: 7.000 euro in Vlaanderen (2%) en 10.500 euro in Wallonië (3%). Als investering: 42.000 euro in Vlaanderen en 43.750 euro in Wallonië of Brussel.
In Vlaanderen kunt u bij wederverkoop binnen de twee jaar drie vijfden van de betaalde rechten terugvragen.
Ja: het ereloon en de aktekosten van de notaris, de kosten van de hypothecaire akte als u leent, en dossierkosten van de bank. Samen doorgaans nog eens 4.000 tot 7.000 euro.