Tussen de huurprijs in de advertentie en wat u er netto aan overhoudt, zit gemiddeld anderhalf procentpunt aan kosten die beginnende verhuurders vergeten. Zo rekent u het eerlijk door.
Vergelijk met effectief verhuurde, gelijkaardige panden (niet met vraagprijzen die al maanden online staan) en gebruik de Vlaamse Huurschatter als tweede referentie. Grootte, staat, EPC-label en ligging bepalen de prijs; tijdens het contract kunt u enkel jaarlijks indexeren via de gezondheidsindex, dus de startprijs zet de toon voor jaren.
Het brutorendement is de jaarhuur gedeeld door de waarde van het pand; voor Belgische woningen ligt dat doorgaans rond 3 à 4%. Maar daar gaat nog het een en ander af:
Netto blijft er zo doorgaans 1 à 1,5 procentpunt minder over dan het brutocijfer, nog vóór de lening. Daarbovenop komt wel de eventuele waardestijging van het pand zelf, de tweede motor van vastgoedrendement.
Verhuurt u een pand met label E of F, reken dan de verplichte energierenovatie mee in uw rendement: richting 2030 gelden minimumeisen op de huurmarkt, en kopers van verhuurpanden verrekenen die kost vandaag al in hun bod. Een renovatie mét premies en huurstijging erna kan per saldo rendabel zijn; het verschil zit in het vooraf doorrekenen.
De Verhuur & rendement-analyse van EstateIQ rekent uw pand tien jaar vooruit: huur, indexatie, alle kosten, de lening, het onderhoud per onderdeel uit de roadmap én de verkoopwaarde op het einde. Zo ziet u het échte rendement, niet het brochurecijfer.
Bruto doorgaans 3 tot 4% van de waarde van het pand. Netto, na leegstand, vaste kosten, onderhoud en belasting, ligt het gauw 1 tot 1,5 procentpunt lager, nog voor de financiering.
Bij privéverhuur aan een particulier wordt u belast op het geindexeerde en verhoogde kadastraal inkomen, niet op de werkelijke huur. Bij verhuur voor beroepsgebruik gelden andere regels.
Tijdens een lopend contract kunt u de huurprijs enkel indexeren volgens de gezondheidsindex, op de verjaardag van het contract.